u bevindt zich hier: pclt > historiek > uitbouw

De uitbouw

In 1962 werd een leegstaande kelder van het college ingericht als voorlopig motorenlokaal.  Daar werden allerlei oude motoren gedemonteerd, vervolgens opnieuw in elkaar gezet en tot draaien gebracht.  Tezelfdertijd gingen de eerste cursussen naschoolse vorming van start, binnen de muren van het Vrij Landbouwinstituut.  Aanvankelijk spitste men alle aandacht toe op twee objectieven: tractoren o.l.v. Daniël Bonte en melkmachines o.l.v. Michel Goethals.

In 1964 rees het eerste centrale bouwwerk achter de botaniek uit de grond: de machinezaal, naar de normen van toen heel ruim en modern opgevat.  Zij werd benut voor lessen in het onderhoud van motoren en in de afstelling van ploegen, kunstmeststrooiers, zaai- en hooimachines.  De inrichting van de machinezaal onderging diverse aanpassingen in functie van de zich steeds nieuw opdringende noden.  De meest recente veranderingswerken dateren van 1990, toen de zaal in vier compartimenten werd opgesplitst.  Die afdelingen zijn nu heel modern uitgeruste werkplaatsen voor respectievelijk hydraulica, aandrijftechnieken, dieselmotoren en herstellingen van landbouwmachines.

In 1966 volgde de realisatie van een up-to-date uitgerust melklokaal.  Een heel gewaardeerd initiatief in de provincie, vermits de meeste melkveehouders, die al een machine aangekocht hadden, nog maar weinig vertrouwd waren met de werking en het onderhoud van de apparatuur alsook met de techniek van het melken.  De machinehandelaars verleenden hun maximale medewerking aan het praktijkonderricht in het melklokaal, want zij hadden er alle belang bij dat hun reeds geïnstalleerde machines op de bedrijven optimaal zouden renderen.

In 1968 werd het nieuwe motorenlokaal in het gebouw van ijzer- en houtbewerking officieel geopend.  Als gevolg van de aanzienlijke expansie van het machinepark was de machinezaal te klein geworden.  Zodoende werd er een nieuwe ruimte ingericht als specifiek leslokaal voor tractorenonderhoud, motorennazicht en –herstellingen  en voor inzicht in de werking van de elektrische onderdelen van een tractor.

In 1969 legde dhr. J. Verbelen, Directeur-generaal van het Ministerie van Landbouw, de eerste steen van de bijzonder ruime praktijkhal.  Deze unieke aanwinst werd op 7 mei 1970 officieel geopend.  De imposante hal – 60 m lang, 30 m breed en 7 m hoog – vormt sindsdien als het ware ‘het vlaggenschip’ van het agrarisch praktijkonderricht in Roeselare en in de provincie.  Ze is een ‘droom van een overdekte akker’, waarop men in optimale omstandigheden met alle mogelijke landbouwmachines kan leren werken.  Is de bodem wellicht één van de meest intensief bewerkte lapjes grond van het hele land, tegelijk is hij één van de meest steriele.  Alleen het taaiste onkruid weet er op het einde van iedere zomervakantie heel eventjes het ‘uitgeruste bodemoppervlak’ te doorpriemen.  Naast haar eigenlijke instructiebestemming wordt de praktijkhal omwille van haar polyvalent karakter (o.a. omdat ze volledig kan verwarmd worden) ook nog geregeld voor andere activiteiten en manifestaties benut.
In 1970 kreeg de hele Roeselaarse ‘praktijkonderrichtorganisatie en –accommodatie’ een eigen juridisch statuut met de oprichting van de ‘vzw Westvlaamse Landbouwpraktijkschool’.  Die benaming werd in 1972 definitief veranderd in ‘PRAKTIJKCENTRUM VOOR LAND- EN TUINBOUW ‘ of kortweg P.C.L.T..  Vanaf de jaren 1970 werden de inspanningen voor het naschools onderwijs fors opgedreven.  Voor de organisatorische, administratieve en praktische running kon Daniël Bonte voortaan rekenen op drie vaste medewerkers, onder wie oud-leerling en leraar Luc Platteeuw.  Verder was er van toe af aan de vaste en onmisbare medewerking van UGEXPO (nu Fedagrim), die permanent de allernieuwste landbouwmachines ter beschikking stelde.  Momenteel vertegenwoordigt dit ‘machinepark in bruikleen’ een waarde van zowat 30 miljoen frank.

In 1972 werd een didactische stal gebouwd, waarin de technische aspecten van stallenbouw, staluitrusting en van de daartoe specifieke bouwmaterialen inzichtelijk aan de cursisten worden bijeengebracht.  Tegelijk werden hierin een ruimer melklokaal met de nieuwste melkapparatuur en twee instructieruimtes voor ‘elektriciteit op de hoeve’ en ‘elektriciteit op landbouwvoertuigen’ ondergebracht.  De twee elektriciteitsafdelingen kregen in 1985 een andere locatie, waardoor er ruimte vrijkwam voor de inrichting van een lokaal voor koeltechniek en een didactische klas voor landbouwmechanica.  Ook het melklokaal werd inmiddels uitgebreid met een mini-melkerij, waarin per beurt 300 liter melk kan verwerkt worden tot boter, yoghurt en diverse kaassoorten.

In 1973 volgde de bouw van een gecompartimenteerde instructieserre, afgestemd op de tuinbouwsector.  Daarin bevinden zich zes afzonderlijke lesruimtes voor serreconstructie, verwarming, automatische beregening, toediening van voedingsoplossingen, klimatisatie en specifieke tuinbouwmechanisatie.  Op de opendeurdag van 31 mei 1973 werden de didactische stal en de constructieserre officieel ingehuldigd door de heer A. Lavens, Minister van Landbouw.

In 1984 werden aan de noodzijde van de praktijkhal een nieuwe machineloods en vier leslokalen voor theorie-onderricht aangebouwd.  Op de verdieping boven die leslokalen werden – ter vervanging van de vroegere elektriciteitsafdelingen in de instructiestal – drie labo’s ingericht: een eerste voor ‘elektriciteit sterkstroom (motoren)’, een tweede voor ‘elektrische leidingen’ en een derde voor ‘zwakstroom  en elektronica’.  Van de vier zojuist vermelde, gelijkvloerse leslokalen worden er nu twee benut voor het onderricht stallenbouw.  De ander twee zijn sinds 1990 uitgerust als ‘in-vitro labo’ en staan ter beschikking van het VABI (land- en tuinbouwschool) en het ‘Graduaat Landbouw en Biotechnologie’.

Na de afwerking van de nieuwe machineloods volgde in 1985 aan de zuid-westzijde van de praktijkhal de aanbouw van een nieuw secretariaat, een informaticalokaal en een klaslokaal.  Vooral dit informaticalokaal was een absolute must om het praktijkonderricht verder op de nieuwste en technologische innovaties te kunnen afstemmen. 
In 1992 werd er tussen enerzijds de vier leslokalen, aanpalend aan de machineloods, en anderzijds de instructiestal een serre-overkoepeling geplaatst.  Daarin worden de jonge in-vitro plantjes afgehard.  Verder benut het ‘Graduaat Landbouw en Biotechnologie’ die ruimte voor praktijkinstructie plantenvoeding.
Recent werd een nieuw zuivellokaal in gebruik genomen, werd het computerlokaal volledig vernieuwd tot 25 pc's en drie computerbussen doorkruisen inmiddels het Vlaamse land.

Op 1 september 2003 gaf Daniël Bonte de fakkel door aan ir. Luc Vande Ginste. Daniël Bonte werd tot ere-directeur benoemd.  In november 2009 kwam een eind aan de samenwerking met Luc Vande Ginste als directeur van het PCLT.

Op 17 mei 2010 werd Niek Marijsse aangesteld als nieuwe directeur van het Praktijkcentrum. Hiermee kiest het PCLT resoluut voor een nieuwe managementgerichte dynamiek in haar organisatie. 

Op 1 maart 2016 werd Geert Chys benoemd tot directeur van het PCLT. Geert stapte op 28 augustus 1989 voor de eerste keer binnen in het PCLT. Als praktijkleraar gaf hij er lessen voor de landbouwschool van RoeseIare. Toen Daniël Bonte stopte met les geven in het Graduaat Land- en Tuinbouw (nu VIVES)nam Geert zijn opdracht mechanisatie over . Hij startte er tevens in 1997 samen en in opdracht van Daniël Bonte de cursussen 'Onderhoud en herstellingen tuinmachines' en 'Minigravers' op.
Geert gaat er resoluut voor om de bestaande opleidingen verder te optimaliseren en kiest er ook voor om de landbouwopleidingen terug nieuw leven in te blazen. Hij draagt KWALITEIT en SERVICE zeer hoog in het vaandel!

 

laatste nieuwtjes

11jul
Vacature medewerker

 PCLT zoekt medewerker 'Expert Landbouw en/of Voeding'.

10jul
Verlof PCLT 2017

Wij gaan er even tussenuit. Prettig verlof!
Bekijk hier de verlofregeling van het secretariaat.